
2025 is uitgeroepen tot het Rotterdamse Jaar van de Vrouw. Daarom geven we in de komende edities van Onze Haven, in samenwerking met Werken in de Rotterdamse Haven.nl, een uniek inkijkje in het (werk)leven van vrouwen die actief zijn in de Rotterdamse haven – van kraanmachinisten tot directieleden.
Door middel van open gesprekken nemen ze ons mee in hun werkdag en hun motivatie om voor een carrière in de haven te kiezen. Wat drijft hen, welke uitdagingen komen ze tegen en wat maakt het werken in de haven zo bijzonder?
Dit keer richten we de schijnwerpers op Ana, Eline, Judith, Miranda en Talitha; vijf vrouwen die zich verbazen over het personeelstekort in de haven. Zij zien zichzelf niet gauw ergens anders meer werken. Omdat in de haven geen dag hetzelfde is, omdat het indrukwekkende uitzicht zo’n cadeautje is, omdat ze met aanstekelijk enthousiaste mensen mogen werken en omdat het werk ‘echt ergens over gaat’.
‘Ik vind het nog steeds shocking dat andere mensen mijn baan shocking vinden.’
“In Spanje groeien we niet op met het idee dat bepaalde studies speciaal voor mannen of juist vrouwen zijn. Ik was goed in wiskunde, scheikunde en natuurkunde en toen ik de studie Chemische Technologie ontdekte, klikte het meteen. In 2010 kwam ik voor een stage in Bergen op Zoom terecht. Mijn vriend en ik zijn toen veel uitstapjes gaan maken om Nederland te ontdekken. Ik herinner me nog goed dat we door de Botlek reden en dat ik zei: ‘Wauwww, hoe cool zou het zijn om hier te werken?!’ Ik vond het meteen zó indrukwekkend. Voor iemand zoals ik, die gek is van techniek, is dit een droom. Drie jaar geleden begon ik bij Lanxess. Hier produceren we conserveringsmiddelen die terugkomen in allerlei dagelijkse producten, zoals cosmetica, wasmiddel of cola. Ik geef leiding aan een team dat betrokken is bij de hele keten. We kijken naar het proces en zoeken constant naar verbetering op het gebied van veiligheid, kwaliteit en kosten. Er zijn heel veel aspecten waar je je op kunt focussen. Duurzaamheid vind ik bijvoorbeeld een heel interessante. Ook in mijn vrije tijd ben ik daar veel mee bezig: als weekendhobby houd ik een blog bij over de energietransitie (netzerochemistry.com). In tegenstelling tot in Spanje, blijkt het hier supermoeilijk om vrouwelijke engineers en operators te vinden.
Als ik mensen vertel waar ik werk, gaan ze er al snel vanuit dat ik op de HR-afdeling zit, want ‘vrouwen doen dit soort werk niet’. Hoezo niet? Ik vind het nog steeds shocking dat andere mensen mijn baan shocking vinden. Vrouwen denken over het algemeen toch anders en brengen, in mijn ogen, andere perspectieven op tafel om problemen op te lossen. Dat lijkt me superbelangrijk. Binnenkort komen hier studenten van TU Delft langs – hopelijk ook vrouwen. Die meiden moeten rolmodellen krijgen. Als ik een uur, of zelfs maar tien minuten met ze in gesprek mag, zou dat zomaar eens het verschil kunnen maken. Het probleem is trouwens breder dan man of vrouw; diversiteit in alle aspecten is belangrijk. Dat geldt ook voor nationaliteit, religie of wat dan ook. Gelukkig zien ze dat binnen Lanxess ook zo. Ik heb me hier vanaf het begin welkom gevoeld. Net voor covid kwam mijn familie voor het laatst naar Nederland, dus Rotterdam en de haven heb ik nog niet kunnen laten zien. Ik kan niet wachten tot het moment dat ze op bezoek komen en we met de auto hiernaartoe rijden. In het midden van Spanje, waar we vandaan komen, hebben we geen haven.
Alleen een rivier, maar die is ieniemini vergeleken met de Maas. Voor ons is dit dus een enorm contrast, en ik vind het geweldig. Het blijft crazy indrukwekkend hoeveel tonnen materiaal hier van A naar B worden gebracht. Dat elke dag mogen zien voelt als een cadeautje.” Als je er ’s morgens de zon ziet opkomen, en de schepen voorbij ziet varen, geeft mij dat een heel rustgevend gevoel.”
‘Als je twintig jaar geleden had gezegd dat ik manager zou worden in de haven, had ik gedacht: huh?’
“Het Haven Coördinatie Centrum zit op de negentiende etage van het World Port Center, naast Hotel New York. Alle meldingen van zeeschepen die Rotterdam in en uit willen – per jaar zo’n 28.000 – komen bij ons binnen. Wij beoordelen of ze op het gewenste tijdstip naar binnen kunnen en regelen vervolgens een loods, slepers en roeiers. We werken ook nauw samen met de Veiligheidsregio en maken onderdeel uit van de crisisorganisatie. Als er een incident is weten wij dat via de marifoon – het 112 voor schepen – vaak als eerste. Met de operationeel managers bespreek ik iedere ochtend tijdens de havenboegschroef – alles heeft hier een nautische term – wat er die dag te doen staat. Verwachten we bijzondere schepen of weersomstandigheden? Welke controles willen we doen? Dat stemmen we op elkaar af en zij houden dat gedurende hun wacht in de gaten.
Als manager houd ik me ook bezig met het werven van mensen. Diversiteit vind ik een groot goed, en toch krijgen we vooral sollicitanten uit ‘wittemannenwerelden’ zoals de zee- of binnenvaart. Volgens mij heeft een groot deel van de Rotterdamse beroepsbevolking een verkeerd beeld van de haven. Dat oude beeld, dat je heel de tijd met zakken loopt te slepen, klopt al lang niet meer. Voordat ik hier kwam werken, zag ik ook alleen de indrukwekkende omvang en die enorme schepen. Ik had geen idee wat daar allemaal achter zit en wat erbij komt kijken. Alles wat je in de krant leest, komt hier op de een of andere manier wel terug – of het nou covid is of iets in het Suezkanaal. Momenteel zijn we veel bezig met de vraag wat Rotterdam voor Europa betekent. We zijn nog steeds by far de grootste toegangspoort van Europa, maar hoe zorgen we voor de continuïteit van de haven? Hoe gaan we om met gedoe op zee? Wat doen we als er een grote stroomstoring is? Dat is natuurlijk niet leuk, maar wel heel boeiend. Ondanks de onwetendheid, merk ik dat mensen de haven een heel boeiende wereld vinden. We krijgen regelmatig aanvragen van mensen die willen komen kijken. Gewoon, als uitje. Die verwijs ik dan naar de Wereldhavendagen. En er zijn zat mensen die graag ‘bootjes kijken’, zoals mijn ouders. Komt er een mooi, groot cruiseschip aan, dan tip ik ze meteen. Ze zijn hartstikke trots dat ik dit werk doe. Als je twintig jaar geleden had gezegd dat ik manager zou worden in de haven, had ik gedacht: huh? Maar na zeventien jaar ben ik echt ‘van de haven geworden’. Ik hou van deze plek én van de mensen die er werken. Hun gedrevenheid en betrokkenheid werken aanstekelijk. Laatst zeiden mensen tijdens een cursus: ‘Jij hebt écht een leuke baan.’ Dat klopt wel ja. Het zou bijzonder zijn als ik hier ooit wegga.”
‘Op mijn eerste dag bij Shell stond ik met grote ogen te kijken: wat ís dit allemaal?’
“Op mijn eerste dag bij Shell stond ik met grote ogen te kijken: wat ís dit allemaal? Je weet dat het bedrijf bestaat, maar ik had geen benul van wat ze allemaal doen of hoe groot het hier zou zijn. De oppervlakte van het terrein is te vergelijken met duizend voetbalvelden.
Een paar wijken bij elkaar, zeg maar. Ik kwam hier in 2017 terecht via een technisch leer-werktraject van Goflex. Tot die tijd had ik nooit gedacht dat ik in de haven zou gaan werken, al vond ik de lampjes altijd al prachtig. Eigenlijk zou ik het onderwijs ingaan, maar doordat er steeds meer administratieve taken bij kwamen, besloot ik na mijn opleiding tot onderwijsassistent toch van richting te veranderen. Bij Goflex werd ik met een bootcamp van een halfjaar klaargestoomd voor het werken in de techniek. Daarnaast volgde ik in de avonduren een mbo-4-opleiding.
Natuurkunde en wiskunde heb ik altijd heel leuk gevonden, maar wat ik van de techniek vond wist ik eigenlijk niet. Tijdens technieklessen op school kwamen we niet verder dan het maken van een houten stoel of vogelhuisje. Elektrotechniek zoals ik het nu ken, daar had ik geen weet van. Ik had bijvoorbeeld nog nooit een stopcontact van de muur gehaald. Nu voorzie ik, samen met mijn collega’s, alle fabrieken op het terrein van spanning. We werken met zaken als transformatoren, hoogspanningsschakelaars en noodgeneratoren. Vaak voeren we preventieve werkzaamheden uit, inspecties dus, maar als er storingen zijn lossen we die ook op. Ik ben zo’n tachtig procent van de tijd buiten; de andere twintig zit ik achter de computer. Het is dus heel gevarieerd en het kan vrij druk zijn, maar dat vind ik juist leuk. Ons team werkt met variabele uren, maar altijd doordeweeks tussen 07.00 tot 18.00 uur. Bovendien mogen we twintig uur in de plus of de min staan. Ideaal, zeker als je kinderen naar school moet brengen.
Toen ik hier begon, was ik de enige vrouw in het team, maar de afgelopen jaren zijn er nog twee bijgekomen. Dat zorgt voor een andere groepsdynamiek en het is fijn dat de sterke punten van mannen en vrouwen nu meer gemengd zijn. Zo zijn mannen fysiek vaak sterker en vrouwen creatiever in oplossingen bedenken. Werken in een mannenwereld heeft trouwens ook voordelen: ze willen heel graag helpen. Als je ergens naar op zoek bent, hoef je maar een belletje te plegen en ze gaan allemaal voor je aan de slag. Tijdens mijn zwangerschap mocht ik niks zelf meer doen van ze. Ik moet ook zeggen dat de mannen hier heel respectvol zijn. Toen ik terugkwam van zwangerschapsverlof merkte ik dat ze soms weer wat woorden moesten inslikken, maar over het algemeen houden ze zich goed in!”
‘Sinds ik hier werk, is mijn beeld van de haven alleen maar positiever geworden.’
“Als ik mensen vertel wat ik voor werk doe, vinden ze dat vaak heel interessant. Gelukkig, want ik praat er graag over. ExxonMobil heeft in Rotterdam een raffinaderij, vier chemiefabrieken en een smeeroliefabriek. Op onze locatie in de Botlek analyseren mijn collega’s en ik alle grondstoffen en eindproducten, zoals aardolie en diesel. De verbaasde blikken als ik uitleg dat ik in de haven werk, brachten me in het begin weleens aan het twijfelen. Ondertussen lach ik erom en probeer ik juist meer vrouwen te interesseren voor deze sector. Ieder jaar met Girls Day laat ik middelbare scholieren mijn werk zien. Vaak komen ze met een bepaalde indruk binnen, maar in de loop van de dag zie je iets veranderen; van ‘dit ziet er niet uit’ en ‘het stinkt hier’ naar ‘dit zie ik mezelf wel doen, later’. Ik ben ook graag bij stagemarkten van hogescholen en de Wereldhavendagen. Als daar in mijn studietijd iemand had gestaan die zo enthousiast was als ik nu ben, had ik dat geweldig gevonden.
Op het lab werken aardig wat vrouwen en ik vind het heel tof om te zien dat er ook steeds meer vrouwelijke leidinggevenden, engineers en planners komen. Dat neemt niet weg dat je in de haven alsnog je mannetje moet kunnen staan. Toen ik hier als 22-jarige blonde meid begon, werd ik echt weleens getest: ‘Is je mannelijke collega er niet?’ ‘Ik kan ook prima helpen’, zei ik dan. Maar uiteindelijk gaat iedereen hier respectvol met elkaar om. En als ik de operators vraag iets voor me te halen, staan ze binnen vijf minuten weer op de stoep. Zo werkt ‘t dan ook wel weer – al probeer ik daar geen misbruik van te maken, haha.
Ik heb altijd al interesse gehad in het havengebied – daar ontkom je niet aan als je geboren en getogen bent in Pernis, zoals ik. Mijn vader en broer zijn allebei procesoperator geweest. Dát wilde ik niet worden, maar ze vertelden ook over samples die ze naar het lab brachten, en hoe belangrijk die analyses zijn voor de fabrieken. Daar zag ik mezelf wel een rol in spelen. Toen ik vijf jaar geleden als stagiaire bij ExxonMobil terechtkwam, was ik gelijk op mijn plek. Je wordt heel erg betrokken bij hoe alles werkt, bij alle processen die hier plaatsvinden. En het is heel mooi om de samenwerking tussen de verschillende sectoren in de haven te zien. Sinds ik hier werk is mijn beeld van de haven en industrie alleen maar positiever geworden. En mijn vader? Die vindt het fantastisch dat ik deze kant op ben gegaan en andere vrouwen motiveer dat ook te doen. Ik weet zeker dat hij trots op me is.”
‘De weg is niet altijd mooi, maar wel heel echt. Daar houd ik van.’
“Als kind wilde ik zuster worden, net als mijn tante. Toch ging ik juist de kant van mijn ooms en opa op: de haven in, waar zij als vrachtwagenchauffeurs regelmatig kwamen. Zelf werk ik sinds anderhalf jaar op een containerterminal. Ik help actief mee om processen slimmer en efficiënter in te richten. Mijn collega’s en ik kijken kritisch naar de werkzaamheden en luisteren naar elkaars ervaringen om het steeds beter te maken. Een typische dag of week bestaat niet. Er lopen altijd meerdere projecten en ik beweeg me over heel de terminal. We kijken elkaar hier liever in de ogen dan dat we vergaderen via Teams. Dat maakt alles heel tastbaar. Ik leer nog elke dag nieuwe dingen en zie steeds meer hoe alles samenvalt.
Tijdens mijn bachelorscriptie voor de studie Bedrijfskunde kwam ik erachter dat ik werken met data heel leuk vond. Ik leerde programmeren aan de UvA en ging daarna terug naar Rotterdam voor de master Business Analytics & Management. Met mijn diploma’s op zak ging ik aan de slag bij Deloitte. Daar werkte ik met een collega die, als we bij een klant zaten, vertelde dat ze was ‘opgegroeid’ bij een telecombedrijf. Het zette me aan het denken over het verhaal dat ík zou willen vertellen. Toen ik dat voor mezelf helder had, ben ik de vacaturesite van ECT in de gaten gaan houden. De terminal trekt een bepaald type aan; lekker rauw en recht door zee. Ja, ik heb voornamelijk mannelijke collega’s, maar ik vind het niet zo belangrijk of iemand nou een man of een vrouw is. Het is zelfs wel leuk om een beetje anders te zijn dan de rest, om iets anders to the table te brengen.”
Vanuit mijn kantoor zie ik de kranen, de schepen, de containers en de trucks. Dat maakt me connected met de realiteit van de dag. We staan er niet zo bij stil, maar alles wat we willen hebben – een nieuwe bank, een telefoon, je kunt het zo gek niet bedenken – komt via de terminal. Hier zorgen mensen er 24/7 voor dat die containers vol spullen op een schip of truck worden gezet of eraf worden gehaald. Het maakt niet uit of het regent, of je vies wordt of dat het een tikkie gevaarlijk kan zijn. De weg is niet altijd mooi, maar wel heel echt. Daar houd ik van. De haven vormt een belangrijke motor voor onze economie en zet Nederland op de kaart. Zeker met de toenemende concurrentie moeten we zorgen dat deze plek steeds slimmer en efficiënter wordt, zodat Nederland kan blijven meedoen. Dat ik daar met mijn werk een steentje aan bij kan dragen, vind ik heel mooi.”
Marouane Aissati is Jong Haventalent 2025. Op de ‘Dag van de Haven’ afgelopen december, kreeg hij op het podium van het Nieuwe Luxor Theater deze...
Lees het hele artikel Afvalbeheer klinkt misschien niet als het spannendste onderdeel van de haven, maar het is wél verdraaid belangrijk. Zonder een slim en efficiënt systeem zou de...
Lees het hele artikel